Amsterdamsestraatweg 5 | 1411 AW Naarden | +31 (0)35 7370258 | STEL EEN VRAAG | NL EN DE

Kort geding

Spoedeisende maatregel

Het kort geding is een procedure die nogal eens het nieuws haalt. Een kort geding is een procedure waarbij iemand van de rechter een spoedeisende maatregel (“voorziening”) kan vorderen. Bij voorbeeld om iets te laten verbieden of juist iets te laten toestaan. Bij voorbeeld een staking laten verbieden. Of zoals we onlangs nog zagen om een verboden demonstratie toch te mogen houden.

De kort geding rechter heet daarom ook wel de “Voorzieningenrechter”. Omdat de maatregelen die de kort geding rechter neemt niet via een lange procedure plaatsvinden, worden die beslissingen gebaseerd op een snelle inschatting van de juridische situatie en feiten. Bewijsvoering - bvb. door het horen van getuigen - is in kort geding niet mogelijk. Wel kunnen er natuurlijk documenten als bewijs onder de aandacht van de rechter gebracht worden.

Voorlopig oordeel

Om dezelfde reden is de beslissing in kort geding een voorlopig oordeel. Als er een gewone procedure volgt (we noemen dat dan een “bodemprocedure”), waarin de rechtbank tot een ander oordeel komt, verliest het kort geding vonnis zijn waarde. De Voorzieningenrechter kan ook geen wijziging aanbrengen in een juridische toestand: een overeenkomst kan niet door de kort geding rechter worden ontbonden. De beslissing blijft beperkt tot feitelijke ordemaatregelen: een gebod of verbod.

Sommige kort geding vonnissen hebben echter wel een definitief karakter: zoals een ontruimingsvonnis. De Voorzieningenrechter kan niet de huurovereenkomst ontbinden, maar kan wel ontruiming bevelen. Als er eenmaal ontruimd is, treden de feiten in de plaats van de juridische situatie en kan dat moeilijk worden teruggedraaid.

Voorwaarde: spoedeisend belang

Omdat het eigenlijk een spoedprocedure is, is voorwaarde ook dat er een spoedeisend belang is. De verwerende partij (de gedaagde) doet er dus goed aan om te stellen en onderbouwen, dat er geen spoedeisend belang is. In dat geval wordt de vordering in kort geding dan vanzelf afgewezen.

Zo is de eis tot betaling van een geldvordering in principe niet spoedeisend. Er moeten dan wel andere omstandigheden bij komen, wil die vordering spoedeisend zijn. Een incasso kort geding is niet onmogelijk, maar kan wel lastig zijn.

Eiser staat in principe altijd 40-60 achter

In principe staat de eisende partij in een kort geding altijd achter. Dat komt door de eis van een spoedeisend belang en het feit dat het een voorlopige maatregel is. Ook ingewikkelde kwesties lenen zich niet voor kort geding, omdat de rechter daarbij niet op basis van globaal onderzoek zonder verdere bewijsvoering tot een beslissing kan komen. Bij twijfel zal de rechter de vordering afwijzen. Het zal dus van zowel de aard van de vordering (en de spoedeisendheid) afhangen en zeker ook van een goede onderbouwing van de zaak afhangen of het kort geding slaagt.

Als je de kort geding vonnissen zou gaan turven, dan merk je vast dat kort gedingen vaker geen succes hebben dan wel. Wat overigens geen reden is om geen kort geding te voeren, als er gegronde redenen voor zijn.

Eiser heeft altijd een advocaat nodig

De eiser in kort geding moet altijd een advocaat hebben die de dagvaarding opstelt en uitbrengt. De gedaagde mag ook zonder advocaat verschijnen en zich zelf verdedigen. Wanneer de gedaagde echter een tegeneis wil instellen (een zgn. “eis in reconventie”), dan moet hij ook vertegenwoordigd worden door een advocaat.

Of het verstandig is te procederen zonder advocaat, is maar de vraag: procederen is een vak apart. Advocaten zijn daarin gespecialiseerd. De kans op succes wordt aanzienlijk beter met een advocaat in de arm.

DV Advocatuur treedt regelmatig op voor partijen in kort geding, zowel voor de eisende partij als voor de verwerende partij. Wij staan onze cliënten daarbij dan ook graag ter zijde, of dit nu is als eiser of als gedaagde.